• Vriend van een vriend……

    Rob had een vriend.
    Hij had veel over deze vriend gehoord. Rob vertelde er veel over. Wat ze met elkaar deden, hoe zijn vriend er altijd was als Rob het niet meer zag zitten. Hoe deze vriend Rob hielp bij de dingen die hij moeilijk vond. Hoe ze met elkaar konden huilen, lachen.
    Dat ze elkaar zo goed kenden dat ze altijd wisten wat ze aan elkaar hadden.

    Hij was altijd best nieuwsgierig naar deze vriend. Tot op de dag dat Rob hem vroeg mee te gaan en hij had ingestemd.

    Ze kwamen aan bij een groot huis. Rob parkeerde de auto en ze belden aan.
    Een grote man deed open en begroette Rob hartelijk. Hij had vriendelijke ogen en een open manier van doen. Hij gaf Rob een flinke klop op de schouder. En toen viel zijn oog op hem.

    “Wie is dit”.
    “Dit is Wim”, zei Rob. Ik heb je wel eens over hem verteld.
    “Oh, dit is Wim.” zei de man en keek met een onderzoekende blik zijn kant op.

    “Kom binnen heren. Doe of je thuis bent.”
    “De koffie is zo klaar”

    De rest van de dag was hij getuige van de bijzondere relatie tussen Rob en zijn vriend. Hij zag wat Rob altijd al had verteld. Hij werd jaloers, maar ook ongemakkelijk. Hij voelde zich een voyeur die zicht had op iets intiems en eigenlijk zijn hoofd af moest keren.
    Naarmate de middag vorderde werd hij steeds ongemakkelijker.

    “Blijven jullie eten?” vroeg Rob’s vriend aan het eind van de middag.
    Rob keek verwachtingsvol in zijn richting.

    “Eigenlijk moet ik zo echt gaan, ik moet zo ergens zijn” was zijn voorzichtige antwoord. De teleurstelling was zichtbaar in Rob’s ogen.

    “Nou, goed. Dan gaan we maar eens” zei Rob.

    Onderweg naar huis was hij stil, hij overdacht de gebeurtenissen van die middag. Toen Rob hem afzette zei hij vlug goedenavond en vluchtte zijn huis binnen. Rob kreeg geen kans om te vragen waar hij nou zo dringend naar toe moest.

    Er was ook niets……………………………



  • Vulkanisch…..

    Het waren van die dagen. Hoe het zo kwam wist hij niet. Misschien was het een opstapeling van dingen, misschien was het dat ene dat het triggerde. Hij wist het niet. Het resultaat was altijd hetzelfde.

    Een somberheid die zich van hem meester maakte, een maalstroom aan gedachten. Alle verplichtingen en verantwoordelijkheden. Alles wat van hem werd verwacht, alles dat moest.
    Ze grepen als slangen naar zijn keel, kronkelden om zijn nek. Het maakte zijn adem zwaar en om zijn hoofd spande zich de grootste adder van allemaal.

    Het waren de dagen dat de vulkaan in zijn binnenste begon te roeren. Dan bouwde de druk zich op, tot op het punt dat hij het bijna niet meer hield.

    Hij voelde zichzelf als in de vulkaan, vlak bij de kolkende en verzengde lava. De hitte was ondraaglijk. Demonen uit het verleden en heden verzamelden zich om hem heen. Verwensingen fluisterend, leugens schreeuwend. Hij geloofde ze………

    Het was op dagen als dit dat hij naar totale eenzaamheid verlangde, ver weg van iedereen, ver weg van God. Op een plek te zijn waar hij kon vloeken, schelden, tieren en schreeuwen, zijn gedachten ver weg kon krijsen in een grote leegte en zodat deze nooit meer terug zouden komen. Gedachten die elke keer terugkwamen, elke keer door zijn hoofd vloeiden in een bittere rivier van haat en zelfspot.

    Tot zijn stem het zou begeven, zijn benen hem niet meer konden dragen. Leeg tot op de laatste druppel, alle gif uitgespuwd over zichzelf, de wereld en God.

    Het moment waarop hij werkelijk vrij zou zijn………..



  • Featured ImageKleine wereld……

    Het is een kleine wereld.
    Het internet heeft iedereen verbonden en we weten nu wat er 2 minuten geleden aan de andere kant van de wereld gebeurde.

    Afgelopen week was ik op vakantie. Het is een tijd dat je samen bent met je gezin. Een tijd van rust en bezinning. Via het internet bleef ik op de hoogte van wat er in de wereld gebeurde.
    Onrust in Gaza, een vreselijk voorval in de Oekraïne.

    Ik zat ondertussen met +25 graden bij het water te genieten van het weer en mijn gezin. Op het moment dat vele families hun geliefden, voor hun gevoel misschien wel voorgoed, moeten missen.

    Bizarre week.

    De wereld is kleiner geworden in de zin dat we een beter beeld hebben van de wereldwijde puinhoop die deze wereld is. De wereld staat in brand en we volgen het live in HD-kwaliteit.

    Maar ondertussen maakt het gevoel van onmacht de wereld groter dan ooit. Wat kan je doen om het leed van de mensen vele duizenden kilometers ver te verzachten ? Er is niets dat je kan doen. Sommigen bidden, anderen leggen bloemen. Allemaal mooie gebaren, manieren om je verbonden te voelen met de mensen die al het leed moeten ondergaan.

    Ik ga de caravan opruimen en morgen is het weer tijd om te werken. Mijn gedachten gaan ondertussen uit naar hen die lijden, om wat voor reden dan ook.



  • Ik vertrouw op God…….

    ……….niet op zijn grondpersoneel

    Een variatie op een bij sommigen bekende uitspraak. Het is een snerende uitspraak die vaak sarcastisch door niet-gelovigen wordt uitgesproken.
    Maar op een bepaalde manier klopt de uitspraak wel.

    Steeds meer kom ik er achter dat het grote wonder is dat God ondanks zijn gemeente toch tot Zijn doel kan komen. Zijn kinderen hier op deze aarde doen er eigenlijk alles aan om Hem zoveel mogelijk voor de voeten te lopen.
    Voor de duidelijkheid. Ik ben daarin niets beter dan wie ook.

    Er zijn hiërarchische structuren aangebracht waarbinnen politieke motieven en macht de boventoon voeren. Plekken waar je niet per definitie terecht komt omdat Hij daar een plek voor je heeft, maar omdat de machthebbers jou wel zien zitten of omdat jou mening aansluit bij de hunne.
    Dat voorkomt kritische vragen, mooie bonus.

    Gevolg hiervan is dat de mensen die echt een plek hebben buitenspel worden gezet. Het zijn de paria’s, de mensen die altijd vervelende vragen stellen, die kritisch zijn en die altijd naar God wijzen. Het zijn de mensen die niet mee willen werken met aardse plannetjes, die altijd een alternatieve mening hebben. Eigenlijk was je ze liever kwijt dan rijk.

    Ik denk dat dat nou juist dat de mensen zijn die we moeten koesteren. Dat zijn de mensen die echt iets te brengen hebben, die door God zijn geplaatst in onze gemeente om ons leiding te geven, wijsheid, mensen die ervaringen hebben waardoor ze anderen kunnen onderwijzen. Dit zijn de mensen die we de ruimte moeten geven binnen onze gemeenten.

    De leiding moet niet komen van een door mensen ingesteld machtsblok dat alles bepaald en er effectief voor zorgt dat de rest van deelname wordt uitgesloten met als gevolg, kerken vol met gezapige mensen die niet langer participeren maar consumeren. Daar waar groei wordt bepaald door aantallen en niet door de geestelijke volwassenheid van de individuen binnen het geheel. Daar waar nieuwe gelovigen op een hand zijn te tellen.
    Kerken waar locatie en uiterlijkheden belangrijker zijn dan de zendingsopdracht.

    Zoals gezegd, ik vertrouw op God, dat hij door al deze menselijke chaos en muren die wij optrekken toch tot Zijn Doel komt maar het zou mooi zijn als we als zijn medewerkers op de grond ons ook meer op dat Doel zouden richten.



  • Gedachtenkronkels….

    Soms kan je rare hebben………

    Op mijn 14e heb ik een ongeluk gehad waarbij ik vanaf de hoge duikplank op een trapje dook. Ik weet nog dat het trapje op mij afkwam en toen was het zwart………

    Het volgende moment werd ik wakker op de kant, of toch niet…….
    Wat nou als ik niet wakker werd maar vanaf mijn 14e al in een coma lig. Verzorgd in het ziekenhuis. Niemand weet precies wat mensen in een coma beleven dus dat zou maar zo kunnen.

    Wat nou als dit allemaal niet echt is……mijn moeder is niet overleden aan alcoholmisbruik maar zit elke avond samen met mijn vader naast mijn bed, luisterend naar de monotone piepjes van de beademingsapparatuur, wachtend, hopend op een wonder. Zij wachten op mijn ontwaken, blijven hoop houden.

    Maar wil ik nog wel wakker worden ? Ik heb een leven, hier in deze (schijn)werkelijkheid. Er zijn problemen en moeiten. Maar over het geheel gezien, wil ik er afscheid van nemen ?
    Ik heb 3 prachtige kinderen, een mooie vrouw, een goede baan en ik mag leven in een vrij land. Wat wacht mij bij het ontwaken ?
    Levenslange invaliditeit, afhankelijkheid van mensen ?

    Hoe zou het zijn om te ontwaken, zou mijn wereld uit elkaar vallen zoals in de film “Inception”, of gaat dat in een ondeelbaar ogenblik. Zou ik me alles nog precies herinneren bij het ontwaken, of zou het net zo zijn als bij een droom en zou ik het meeste snel weer vergeten ?

    Kronkels die als slangen door je brein blijven kronkelen.
    Ik ga maar slapen, hopend dat ik morgen met mooi weer een rondje op de motor kan maken.

    Tenzij ik natuurlijk wakker wordt in een ziekenhuis………………en mijn vader en moeder zie…………



  • Kerk ?

    Het was niet dat hij niet langer geloofde. Of twijfelde aan wat Jezus had gedaan. Het leek wel of dat besef steeds iets sterker werd.

    Maar met dat besef groeide ook het verlangen naar het antwoord op een steeds meer brandende vraag. Kon hij zich nog wel identificeren met dat wat kerk heet ?

    Tijdens zijn jeugdjaren was door zijn ouders een beeld geschapen van de kerk. Een beeld van een instituut, een liturgie, een verstikkende vorm, roddel en achterklap.Gezeur, gedoe, doempredikers, napraters, neppers, hooghartigen, schijnheiligen.

    De bevestiging van dit beeld was een van zijn meest pijnlijke realisaties van de afgelopen jaren.

    De Bijbel leert dat de mens door het offer van Jezus vrij gemaakt is.
    Maar steeds meer bekroop hem het idee dat deze vrijgemaakte mensen zelf een (al dan niet groot) deel van die vrijheid opofferden om tot een bepaalde groep te gaan mogen behoren. Een groep die regels had over hoe men zich in een dienst diende te gedragen. Het was niet uitbundig genoeg, of juist te. De muziek te hard, of te zacht. Het licht te fel of te zwak, de temperatuur hoog of te laag.
    Wilde hij zijn vrijheid nog wel opofferen om “erbij” te horen.

    Een ieder ontvangt na zijn bekeringen de Heilige Geest als leiding en gids ( sommigen vergeleken het met een navigatiesysteem)

    Soms leek het alsof in de kerk niet deze leiding werd gezocht maar vertrouwd werd op kerkelijke structuren met als gevolg dat de mening van de een boven die van een ander kwamen te staan. (all men are equal, but some …….. )
    Dus als de Geest iemand ingaf dat er iets gezegd moet worden, werd deze vervolgens door de kerkelijke machthebbers op de vingers getikt (in alle liefde uiteraard). Ook de Geest moet zich blijkbaar conformeren aan de wereldse structuren.

    Hij begon er wel eens over met mensen maar meestal was de standaard reactie “In elke gemeente is wel iets mis. We hebben nu eenmaal met mensen te maken”.
    Maar hij begon zich steeds meer af te vragen of dit een valide argument was ?
    Nergens in de Bijbel had hij Paulus of andere apostelen horen zeggen, “Er gaat nog een hoop mis bij jullie in Korinte, maar ach, in Tessalonici is het ook niet allemaal rozegeur en maneschijn dus het is in orde zo”

    Het was alsof hij langzaam wakker werd en zich realiseerde dat hij gevangen zat in structuren. Vast onder een juk dat niet van Jezus kwam.
    Werd het niet tijd om dat juk af te leggen en dat hij niet langer zijn vrijheid opgaf om maar bij een bepaalde groep te horen die een bepaald beeld had over hoe het geloof beleefd en uitgevoerd moest worden.

    Hij zag zichzelf al staan op het podium. De kerk toesprekend;

    Wordt het niet tijd dat we wakker worden, dat we niet langer de structuren vastleggen ? We zijn andere mensen, in een andere tijd. We willen God eren, maar niet op basis van een stramien dat net na de oorlog is ingesteld. Het wordt tijd om te stoppen met consumeren en meer te gaan participeren.
    God en Geest als hoogste leiding en alle mensen gelijk.

    Het wordt tijd voor een samenkomst van mensen die Jezus zoeken. Een samenkomst waarin het er niet toe doet of je kinderen doopt of volwassenen. Waarin een kaarsje gebrand mag worden voor een dierbare. Waarin geknield mag worden maar ook gedanst.

    De ware Kerk herken je aan zijn bezoekers. Niet de goedgeklede, goedgemutste stellen, met 3 of 4 vakanties per jaar, 2 auto’s voor de deur en een dubbele baan. Mensen die weten hoe ze zich algemeen kerkelijk geaccepteerd moeten gedragen. Die weten welke antwoorden er op bepaalde vragen moeten worden gegeven.

    Maar zwervers, hoeren, overspeligen pedofielen en criminelen. Ongeacht of ze nou homo zijn of hetero. Mensen die geen antwoorden hebben, maar vragen, die geen zekerheden hebben maar de onzekerheid omarmen.

    Die we niet gaan vertellen wat ze allemaal moeten veranderen zodat ze bij het groepje kunnen horen. Maar ze laten delen in de vreugde en blijdschap die ieder op zijn manier beleeft en die voortkomt uit een enkel gegeven. Datgene dat we komende Pasen weer gaan herdenken. Het sturen van God, van zijn eniggeboren Zoon, die Zijn leven gaf aan het kruis voor de zonden van iedereen. Zonder uitzondering, zonder veroordeling, zonder voorwaarden.

    Vrij…….

    Hij kon de uitkomst van een dergelijke speech wel bijna raden.
    Daarnaast, was dit niet gewoon de visie die hij er over had, welke hij dan vervolgens een ander weer op wilde leggen.

    Hij ging maar eens naar bed, morgen moest hij weer naar de kerk……….



  • Gemerkt

    Het jeukt.

    Hij dacht dat het pijn zou doen maar dat viel toch ontzettend mee.
    Op de jeuk na zou je ook niet weten dat het er zit. Het werd er met een soort van pistool ingeschoten. De jeuk zal nog overgaan………
    Het was een beetje als toen hij zijn tattoo liet zetten.

    Een doornenkroon met de woorden Tetelestai in het Grieks.
    Hij vond het een mooie tattoo, Jezus’ laatste woorden aan het kruis. Het was volbracht, voor de hele wereld. Althans, dat stond in de Bijbel.

    Voor hem was het altijd iets onzekers geweest, was het wel voor iedereen volbracht ? Was er niet altijd al een voorbestemde groep waarvoor het werd volbracht. Misschien hadden de Jehova’s het wel bij het rechte eind.
    Of de humanisten. Hij was er altijd van overtuigd geweest dat zij er naast zaten en dat hij het juiste kamp had gekozen. Nu wist hij dat niet meer.

    Als het allemaal was zoals hem in de afgelopen jaren was verteld dan was het nu zeker klaar. Met het inbrengen van bio-chip in zijn rechterhand had hij het teken van het beest aanvaard, hij kon kopen en hier op aarde zijn dingen blijven doen maar na het besluit om deze chip in te laten brengen had hij definitief voor de aarde en zijn bestuur gekozen en daarmee tegen Jezus. Er was geen weg meer terug.

    Het waren dezelfde mensen die hem hadden verteld dat het allemaal niet zover had mogen komen. Ze zouden worden weggenomen “in een ondeelbaar ogenblik”. Mooie woorden maar naarmate er meer was gebeurt om hen heen, allemaal dingen waarvan zij dachten dat ze ze niet zouden zien. Was de onzekerheid in volle sterkte toegeslagen.
    De bijbel had het toch voorspeld, het was allemaal duidelijk geweest ?
    Alle tekenen die in in Daniel en Openbaring waren opgetekend hadden ze voor hun ogen zien gebeuren. De preken van de voorgangers waren helder geweest. Allemaal gebaseerd op de heilige schrift.

    Ze hadden hier niet mogen zijn, dit hadden zij niet mee mogen maken. Maar toch was het gebeurt. Langzaam waren ze allemaal weggetrokken, weg uit de steden, weg uit de maatschappij, weg van datgene waar ze zo vreselijk bang voor waren. Ze leefden in groepen op onbereikbare, onherbergzame plekken. Ze voorzagen zo goed en zo kwaad als het kon in hun eigen onderhoud. Alles was vanaf dit moment onzeker.

    Voor hem was er niet veel verandert, hij was altijd al onzeker geweest over datgene dat werd verteld. Hij had ook nooit de moed gehad of simpelweg de tijd genomen om zelf de bijbel hierover te bestuderen. Een mengeling van vrees voor antwoorden en simpele onverschilligheid had hem eigenlijk altijd weerhouden van het zoeken. Hij zou het wel zien. Hij had zijn leven geleefd, had er van tijd tot tijd ook wel van genoten maar over het algemeen was het een leven dat hoopte op goede dingen die gingen komen, ondertussen de teleurstellingen uit het verleden meeslepend. Had hij het echt slecht gehad. Een kwestie van perceptie. Vergeleken met het lot van vele mensen in landen zonder vrije meningsuiting, mensenrechten of vrijheid had hij het goed gehad. Niemand had hem ooit iets in de weg gelegd en hij had er altijd met zorg voor gezorgd dat ze niet te veel op hem aan te merken hadden.

    Het moment was gekomen. De bittcoin was algemeen als betaalmiddel geïntroduceerd en contant geld was niet langer geschikt om mee te betalen.
    Bittcoins waren alleen verkrijgbaar via beperkte kanalen en je kon ze alleen op je conto bij laten schrijven door je chip te laten scannen.
    Het moment van kiezen was onherroepelijk gekomen en hij had de keuze gemaakt waarvan de hele christelijke gemeenschap had aangegeven dat het de verkeerde was.
    Hij had geen andere uitweg gezien en kon niet bepalen wie er gelijk had.

    Het jeukte, de jeuk zou nog weggaan…………..



  • Appendix

    Romeinen 12:5

    Zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander

    Een mooi beeld waar in de christelijke gemeenschap wel vaker naar wordt gerefereerd. Het beeld van het lichaam. Het bestaat uit allemaal onderdelen en ze kunnen niet zonder elkaar. De hand kan niet zonder de voet.

    De laatste tijd denk ik veel na over dit beeld. In discussies tussen christenen zie ik hoe de hand de voet op zijn plaats zet. De hand kan immers dingen pakken en vatten, de voet heeft deze mogelijkheid niet en dus laat de hand dat merken. De voet op zijn beurt claimt dat de hand nergens is zonder de voet. Als de voet blijft waar hij is, is de hand vlug uitgegrepen. Er is maar zoveel om te vatten wanneer je op een plek blijft staan.

    Neem een gemiddelde stelling op internet zoals je deze vaak ziet, of je als christen naar de disco mag, of je wel of niet een tattoo mag laten zetten als christen en het duurt niet lang of je ziet de lichaamsdelen elkaar vertellen dat ze naar elkaar moeten luisteren. De hand schreeuw tegen de voet dat hij gelijk heeft, de voet schopt terug met een aantal bijbelteksten die toch echt zijn gelijk bewijzen.

    Geen aanvulling op elkaar, de hand beweegt zonder op de voet te letten en de voet blijft maar lopen zonder te kijken wat de hand pakken wil. Het lichaam is niet langer in controle. Spastisch bewegen alle delen ongecontroleerd door elkaar. Als een kip zonder kop.

    Hoe meer ik over dit alles nadenk, hoe meer ik me voel als de appendix van dit lichaam. De blinde darm. Niemand weet exact welke functie hij heeft en het is eigenlijk wachten tot een ontsteking een reden geeft om hem te verwijderen. Misschien ben ik wel chronisch ontstoken en niet acuut. De medicijnen lijken niet aan te slaan en behandelingen brengen geen verlichtign.Misschien wordt het wel tijd om dit lichaam, waarvan het hoofd lijkt te ontbreken, te verlaten.

    Ik hoop dat Hij de operatie uit wil voeren………



  • Te veel ?

    Het is donker en stil, behoedzaam en heel voorzichtig fietst ze het pad af. Geen licht op haar fiets, vandaag alles nog goed doorgesmeerd zodat er geen geluid komt van een ketting of trapper. Plots is de controle weg, voorover de modder in. AU!. Stomme boomwortel…..

    Langzaam pakt ze haar fiets op en controleert of het pakje nog goed vastzit, het is er nog.

    Verder maar weer, door de regen en de bewolking is het vannacht erg donker en met moeite kan ze de weg van de sloot onderscheiden.  Plots hoort ze een zacht ritselen. Ze stopt meteen en blijft doodstil staan. Haar hart klopt in haar keel, haar rug, haar buik. Ze heeft het gevoel alsof haar hele lijf klopt. Ze houd haar adem in en kijkt naar de plaats waar het geluid vandaan kwam. Dan ziet ze uit de bossen een zwarte schim voor zich langs schieten. Ongewild slaakt ze een kreet en doet meteen haar hand voor haar mond. Wat het voor beest is geweest weet ze niet maar ze is weer 10 jaar ouder. Ze kijkt om zich heen of ze verder nog iets kan onderscheiden maar het is weer net zo stil als een paar minuten eerder.

    Langzaam fietst ze weer door. Daar is eindelijk de halve boom. Ze slaat rechtsaf en fietst langzaam door de greppel in. Normaal is deze droog maar door het natte weer van de afgelopen dagen is deze nu modderig en nat. Met moeite houd ze haar fiets rechtop. Na het pakje er achter af te hebben gehaald legt ze haar fiets plat in de modder. Zo goed als onzichtbaar.

    Langzaam loopt ze door de greppel. Het is dikke modder en het lopen gaat moeizaam. Na 50 meter loopt ze onder een grote boomtak door, deze hangt over en verbergt daardoor een kleine ingang onder de boomwortels.

    Ze loopt er langzaam naar toe en voor ze naar binnen kruipt kijkt ze nog even goed rond of ze niet iets ziet. Dan schiet ze snel naar binnen. Ze loopt gebogen door de donkere gang, ze moet op de tast lopen. Elke keer wanneer ze hier zijn voelt ze zich net de blinde Bartimeus. Een van haar lievelingsverhalen uit de Bijbel.

    De gang maakt een flauwe bocht naar rechts, dan ziet ze eindelijk het licht. Het is zwak maar het wordt steeds meer helder. Ze hoort zachte stemmen, fluisterende woorden. Dan komt ze de grote ruimte binnen. Iedereen kijkt op, sommigen verschrikt, anderen met een glimlach.

    “Eindelijk, je bent er, we maakten ons al ongerust.”

    Alle mensen zagen er niet uit. Iedereen zat onder de modder. Sommigen hadden een extra jas van een ander gekregen om zich wat te warmen. Er was geen vuur oid. Het was koud, vochtig en muf.

    Ze zaten met zijn allen in een ruimte die in een bestek van maanden uitgegraven was. Je kon er net staan, maar sommigen kozen er voor om te zitten.

    “Het was donker vannacht dus het duurde wat langer, maar ik ben er dan eindelijk” verontschuldigde ze zich.

    “Waar is Pao?

    Een oude vrouw stond langzaam op en liep naar haar toe.

    “Vanmorgen kwamen ze en hebben ze haar meegenomen. Ze hebben haar deel ook gevonden en ter plekke verbrand.”

    Ze sloeg opnieuw haar hand voor de mond en begon te huilen. Ze was haar beste vriendin, en de bewaarder van Marcus, het hoofdstuk waar het verhaal van Bartimeus in stond. Ze wist wat haar vriendin zou overkomen, ook zij was regelmatig opgepakt maar telkens toch weer vrijgekomen.

    “Zal het gaan ?” vroeg de oude vrouw.

    Ze knikte langzaam.

    De oude vrouw keerde zich naar de rest. “Onze voorgangster van vanavond heeft een moment nodig. Laten we beginnen met gebed. “

    Iedereen boog het hoofd en allemaal spraken ze een dankgebed uit en baden ze voor hun zuster in gevangenschap.

    Langzaam kwam ze tot zichzelf en ook zij sprak een dankgebed uit tot Hem en bad voor haar vriendin. Ook bad ze om de terugkeer van Bartimeus.

    Na dit gebed zongen ze een aantal liederen, dezelfde die ze altijd zongen. Ze zongen ingetogen en zacht en richten zich met heel hun hart op hun Heer. Op deze momenten was het soms net of je meer stemmen hoorde dan er personen in de ruimte waren. Het was ook niet langer de muffe koude ruimte. Het was een plaats van aanbidding geworden. Er was een warmte aanwezig in de ruimte.

    Er werd nog meer gebeden en gezongen en er werd uit de Bijbel gelezen. Psalm 95

    De HEER is een machtige God,
    een machtige koning, boven alle goden verheven.
    Hij houdt in zijn hand de diepten der aarde,
    de toppen van de bergen behoren hem toe,
    van hem is de zee, door hem gemaakt,
    en ook het droge, door zijn handen gevormd.
    Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding,
    knielen voor de HEER, onze maker.
    Ja, hij is onze God
    en wij zijn het volk dat hij hoedt,
    de kudde door zijn hand geleid.

    Na 2 uur gebeden, gezongen en gelezen te hebben was het tijd om te gaan. Ze moesten allemaal voor het ochtendgloren thuis zijn want anders zouden ze opgemerkt kunnen worden, ze dankten God voor alles wat Hij had gegeven. Langzaam fietste ze naar huis, met een onbeschrijfelijk gevoel van geluk in haar hart. 

    Twee weken later zou ze sterven op straat, omdat ze haar geloof in Hem niet op wou zeggen.

    Bovenstaande is een ficitef verhaal, maar gebaseerd op wat je leest en hoort over mensen die het geloof ontdekken in landen waar dat niet mag. 

    Zondags ga ik ook naar een bijeenkomst met allemaal christenen. Ik ga met de auto als het regent en soms met de fiets. Als ik ga doe ik de Bijbel in mijn fietstas of laat hem gewoon thuis en probeer zo onopvallend mogelijk naar de kerk te gaan.  In de kerk hebben we de beschikking over een geluidset bestaande uit 2 monitoren, 6 speakers en een digitaal mengpaneel.  Een drumstel en een piano, 5 microfoons . Lampen op het podium en aan het plafond. En de zang wordt er voorgegaan door een groot muziekteam.

    We hebben geen boekjes meer nodig want alles staat op de beamer. Daar kunnen we alle 2000 liederen waar we uit kunnen kiezen op projecteren.

    Wanneer je binnenkomt heb je alle ruimte om je jas op te hangen, het is er warm want de verwarming staat aan en voor iedereen is er een stoel.

    De liturgie is elke zondagochtend hetzelfde format en je weet ook zeker dat het allemaal niet te lang zal duren. Na de tijd is er gelegenheid tot het drinken van koffie en dus ook gelegenheid om de dienst te analyseren. En dat doen we dan ook uitgebreid.

    De muziek is te hard, of te zacht. De preek is te lang, of te kort. De kerk is te warm, of te koud.  De bundel waaruit de liedjes zijn gekozen is niet de juiste. Waarom heeft de voorganger gekozen voor deze vertaling, hij had de andere moeten kiezen. We moeten andere stoelen, andere kleuren, andere materialen.

    Soms vraag ik me af………Is al deze welvaart wel werkelijk een zegen ?



  • Drummen

    Het was iets dat ik al vele jaren wilde doen maar toen ik 32 was heb ik eindelijk de stoute schoenen aangetrokken en heb een leraar opgezocht. Eerst nog samen met een vriend maar later ben ik alleen verder gegaan.

    Drummen is een aparte bezigheid. Vooral in het begin is het moeilijk om de basis onder de knie te krijgen. Je linkerkant moet onafhankelijk van je rechterkant kunnen bewegen en je benen onafhankelijk van je armen. Als je echt goed bent kan je jezelf als het ware in vieren delen en alles onafhankelijk bewegen. Ik ben niet echt goed ;)

    Ik ben nu een aantal jaar bezig en als ik me bedenk wat ik allemaal nog moet leren om een goede drummer te worden zakt me de moed wel eens in de schoenen. Ik moet nog paradiddles leren, mijn double strokes zijn nog niet wat ze moeten zijn. Dubbele bass patronen is iets dat ik me nog maar helemaal niet aan waag. Ik ben er nog lang niet en af en toe spookt de gedachte door mijn hoofd dat ik ook nooit daar zal komen waar ik wil zijn.

    Ik speel in de muziekgroep van de kerk en ben dankbaar dat ik mijn “talent” in mag zetten voor Gods koninkrijk. Maar toch voel ik me ook op die plek af en toe ongeschikt, het is allemaal niet op het niveau dat je zelf graag ziet. Je bedenkt wel de meest gave licks, fills en ritmes in je hoofd maar het ontbreekt je aan de benodigde vaardigheden om deze ook daadwerkelijk uit je handen te krijgen. Het is alsof je een villa wilt bouwen maar uiteindelijk is het een houten schuur, die nog omvalt ook als je niet oppast.

    Je doet oefeningen, bent continu op zoek naar mensen die je meer kunnen vertellen en je ziet soms door de oefeningen het drumstel niet meer.

    Gisteren zat ik sinds een paar weken, vanwege vakantie, weer achter mijn drumstel. Ik had niet specifiek een oefening die ik wilde doen. Ik ben gaan zitten, heb mijn stokken gepakt en ben gaan drummen. Niet nadenken over hoe ik die paradiddles in mijn spel toepas. Niet bezig zijn met wat mijn rechterhand doet ten opzichte van mijn linkerhand. Gewoon drummen met de vaardigheden die ik in de afgelopen jaren heb opgedaan. Ik ben na de eerste keer gisteren, nog drie keer achter mijn drumspel geslopen.

    Het was geen hoogstaande drumkunst. Ik bouwde geen mooie villa, maar met de materialen die ik had bouwde ik de mooiste schuur die ik maar maken kon.

    Bezig met wat je allemaal kan of moet doen, wat je allemaal nog mist en wat er allemaal nog niet af is. En daardoor vergeten wat je allemaal al wel hebt en welke mooie dingen je daarmee kan maken en doen.

    Dank U Here dat u me af en toe hier weer aan herinnert :)